Indicaties Voor Gebruik; Contra-Indicaties - Pulmodyne AccuPAP Instrucciones De Uso

Tabla de contenido

Publicidad

Idiomas disponibles
  • MX

Idiomas disponibles

  • MEXICANO, página 8
BESCHRIJVING:
Het AccuPAP behandelingssysteem met Positive Airway Pressure (PAP, positieve luchtwegdruk) is een niet-steriel hulpmiddel voor respiratoire
behandeling, te gebruiken bij één patiënt. Het AccuPAP-behandelingssysteem met positieve luchtwegdruk kan extra zuurstof leveren, als het is
aangesloten op samengeperste zuurstof.
Het AccuPAP-systeem bestaat uit:
1. Toestel voor positieve luchtwegdruk
• Zijopening voor omgevingslucht
• Aansluiting voor gastoevoer
• Drukbewakingspoort met dop
2. Patiëntinterface - mondstuk
3. Toevoerslang van 2,13 m (7 ft.) om de AccuPAP op de gasbron aan te sluiten.

INDICATIES VOOR GEBRUIK:

De AccuPAP is een behandelingssysteem met positieve luchtwegdruk dat is geïndiceerd voor het voorkomen of omkeren van atelectase. Het
AccuPAP-behandelingssysteem met positieve luchtwegdruk is bedoeld voor patiënten die in staat zijn instructies op te volgen. Het kan ook
worden gebruikt voor optimalisatie van de toediening van geneesmiddelen in aerosolvorm, indien gebruikt in combinatie met een vernevelaar
met klein volume.

CONTRA-INDICATIES:

Hoewel er geen absolute contra-indicaties tegen het gebruik van een PAP-behandeling bekend zijn, moet het volgende zorgvuldig worden
overwogen voordat wordt besloten een behandeling te starten:
• Onvermogen extra ademhalingsarbeid te verdragen
• Een intracraniële druk (ICP) van >20 mm Hg
• Recente chirurgische ingreep of trauma aan gezicht, mond of schedel
• Oesofagusoperatie
• Onbehandelde pneumothorax
• Bekende of vermoede trommelvliesruptuur of andere middenoorpathologie
• Hemodynamische instabiliteit
• Acute bijholteontsteking
• Epistaxis
• Actieve hemoptoë
• Misselijkheid
WAARSCHUWINGEN:
1. Gebruik van dit hulpmiddel met overmatige druk kan ongewenste effecten hebben. Een klinisch expert moet bij elke patiënt beoordelen
welke instellingen moeten worden gekozen.
2. ZIJOPENING VOOR OMGEVINGSLUCHT NIET AFSLUITEN.
3. GASTOEVOER VAN 15 LITER/MINUUT NIET OVERSCHRIJDEN.
Ongewenste reacties kunnen zijn:
Toegenomen ademarbeid die tot hypoventilatie en hypercapnie kan leiden; verhoogde intracraniële druk; cardiovasculaire stoornis; myo-
cardischemie; verminderde terugstroom van veneus bloed; lucht happen, waardoor het risico van braken en aspiratie wordt verhoogd; claustro-
fobie; huidafbraak en pijn indien gebruikt in combinatie met een masker; en pulmonaal barotrauma.
VOORZORGSMAATREGELEN:
1. NIET AUTOCLAVEREN.
2. NIET VOLLEDIG ONDERDOMPELEN, IN WELKE VLOEISTOF DAN OOK.
3. NIET DEMONTEREN, BEHALVE MONDSTUK OF SLANGEN.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK:
1. Installatie:
a. Sluit het ene uiteinde van de slang (meegeleverd met het toestel) aan op een flowmeter met een bereik van 0-15 liter/minuut, die is aang-
esloten op een medische lucht- of (indien voorgeschreven) zuurstofbron die is afgesteld op 50-60 psi (3,45 - 4,14 bar).
b. Sluit het andere uiteinde van de slang aan op de aansluiting voor gastoevoer van het toestel.
2. Drukbewaking (aanbevolen):
a. Sluit de drukbewakingspoort van het toestel aan op een drukmeter (met of zonder slang). Dit wordt aanbevolen voor de aanvankelijke
installatie, om de aan de patiënt toegevoerde druk te kunnen zien. Sluit de drukbewakingspoort af met de eraan bevestigde dop als er geen
drukbewaking plaatsvindt. De drukbewakingspoort mag tijdens het gebruik niet worden blootgesteld aan omgevingslucht.
b. Bevestig het mondstuk aan het afgeronde uiteinde voor de patiëntinterface van het toestel. NIET BLOKKEREN. Controleer het toestel rou-
tinematig op correct gebruik en functioneren. In geval van beschadiging niet gebruiken. Controleer of alle aansluitingen stevig vastzitten.
3. Aanvankelijke flowmeterinstelling:
a. Instrueer de patiënt zich te ontspannen en buikademhaling te gebruiken.
b. Stel de flowsnelheid op de flowmeter van de lucht- of zuurstofbron in op 10 liter/minuut.
c. Stel de gewenste luchtwegdruk in op de gewenste luchtwegdruk tijdens het uitademen.
d. Plaats het mondstuk in de mond van de patiënt en instrueer de patiënt licht tegen de druk van het toestel in te ademen.
e. Bij langzaam in- en uitademen behoudt de patiënt tijdens de ademhalingscyclus de juiste luchtwegdruk.
f. Houd de ademhaling in stand met behulp van het AccuPAP-behandelingssysteem met positieve luchtwegdruk om klinische doelstellingen te
bereiken.
g. Meerdere herhalingen kunnen nodig zijn om ervoor te zorgen dat aan de behoefte van de individuele patiënt wordt voldaan.
4.AccuPAP-procedure:
a. Zorg ervoor dat de flowmeter is ingesteld zoals beschreven in de voorgaande stappen.
b. Laat de patiënt zo mogelijk rechtop zitten met de ellebogen comfortabel op tafel.
c. Steek het mondstuk zachtjes in de mond.
• Overtuig u ervan dat de patiënt het mondstuk tijdens de behandeling stevig afsluit.
Adviseer zo nodig het gebruik van een neusclip.
d. Instrueer de patiënt om vanuit de buik te ademen.
e. Voer het ademen door het toestel uit zoals aanbevolen. Het AccuPAP-behandelingssysteem met positieve luchtwegdruk is bedoeld voor
intermitterend gebruik (niet voor langere periodes aan eenstuk).
f. Herhaal de stappen b tot en met e zoals voorgeschreven.

Publicidad

Tabla de contenido
loading

Tabla de contenido