HANDLEIDING
Voorbereiding van examens
Automatisch aan en uit
•
De spanningsdetector wordt ingeschakeld wanneer hij continuïteit, een
AC- of DC-spanning boven ongeveer 6V of een fase met L2 detecteert.
•
Het apparaat kan worden ingeschakeld met de knop op de
meetpuntverlichting.
Automatische uitschakeling
•
Het apparaat schakelt automatisch uit na ongeveer 30 seconden als er
geen signaal wordt gedetecteerd op de testsondes.
•
De meetpuntverlichting schakelt na ca. 30 seconden uit.
Zelftest
•
De zelftest start wanneer de spanningstester is uitgeschakeld en de twee
testpennen L1 en L2 zijn kortgesloten.
•
Alle LED's, alle pictogrammen op het LCD-scherm, zoemer en vibratie
gaan gedurende 2 seconden aan.
•
Als de batterijen zijn geplaatst, start de zelftest automatisch.
Als afzonderlijke LED's, displaysymbolen of de pieper tijdens de zelftest
niet actief zijn, is het apparaat niet veilig. Vervang de batterijen en start de
zelftest opnieuw. Als sommige lampjes niet meer gaan branden, mag het
apparaat niet meer worden gebruikt.
Gebruik de tester niet terwijl de zelftest actief is.
Testen uitvoeren
Spanningstesten
•
Neem contact op met het te meten object met de testsondes.
•
De aangelegde spanning wordt weergegeven met de LED's en op het
LCD-scherm.
•
Zoemertonen en trillingen worden ingeschakeld wanneer een drempel-
spanning van 50 VAC of ongeveer 120 VDC wordt overschreden.
•
De polariteit wordt als volgt aangegeven.
AC: + en - 12V LED zijn aan
+DC: +12V LED is aan
-DC: -12V LED is aan (en „-" wordt weergegeven op het LCD-scherm)
Als de testtip L2 wordt toegepast op een positieve potentiaal (negatieve
potentiaal), wordt +DC (-DC) weergegeven.
De L of R LED kan oplichten tijdens de spanningstest.
Als de batterijen leeg zijn, brandt alleen de LED „gevaarlijke spanning" bij >
50 V AC/DC, > 120 V AC/DC.
Laagspanningsmodus - 0,5 V - 1000 V AC / 1500 V DC
•
Druk herhaaldelijk op de zaklampknop totdat het LCD-scherm het
<10V-symbool weergeeft.
•
In de laagspanningsmodus is het mogelijk om AC- en DC-spanningen van
0,5V te meten.
•
Sluit beide sondes aan op het te testen object.
De continuïteitsmodus is uitgeschakeld in de laagspanningsmodus.
34