Meer informatie wordt gegeven door de led van de oplaadpod
(blauw):
Led
Langzaam
Geen fout of normaal
pulserend
opladen
Opladen operationeel,
maar niet goed
Constant
aangesloten op het
brandend licht
laadoppervlak van het
hulpmiddel.
De oplader heeft geen
Geen licht
voeding.
Mogelijke oververhitting
Snel pulseren
van de oplader.
Oplaadfout
Een oplaadfout wordt altijd aangegeven door een niet-reagerende indicatorled aan de
rechterzijde van het hulpmiddel (niet aanvankelijk knipperen of een indicatie van de
oplaadstatus).
Waarschuwingen
1. Het hulpmiddel en de lader mogen niet worden gebruikt door gebruikers
met een pacemaker of implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD).
Neem contact op met de serviceprovider voor advies als het hulpmiddel
moet worden gebruikt in combinatie met een ander elektronisch
medisch hulpmiddel.
2. Laad de batterijen in het hulpmiddel alleen op met de bij het product geleverde lader.
Gebruik deze lader niet om een ander hulpmiddel op te laden.
3. De batterijlader mag alleen worden gebruikt met een nominaal stopcontact tussen 100 V
en 240 V wisselstroom, 50/60 Hz.
4. Sluit de lader nooit aan op het hulpmiddel terwijl de ledemaat wordt gedragen
5. Tijdens het opladen wordt er geen stroom geleverd aan het besturingssysteem van de
enkel.
6. De enkel en de oplader kunnen warm worden tijdens het opladen, maar mogen nooit te
warm zijn om aan te raken. Er mag geen abnormale geur zijn. Als dit het geval is, dient
onmiddellijk de stekker uit het stopcontact te worden getrokken en dient u contact met
uw serviceprovider te op te nemen.
7. Plaats de ledemaat pas terug nadat de lader is losgekoppeld.
8. Laad het hulpmiddel altijd vóór gebruik op als het langere tijd niet is gebruikt.
9. De inductieset voor de batterijlader is niet waterbestendig. Niet opladen in een atmosfeer
met vloeistoffen en/of poeders.
10. De beperkingen op de oplaadtemperatuur die in deze handleiding zijn bepaald, mogen
niet worden overschreden.
11. Bij het opladen van een lege batterij kan het zijn dat de lader voortijdig stopt (na een paar
minuten). Als dit gebeurt, sluit de lader dan opnieuw aan.
Neem contact op met de serviceprovider indien dit probleem aanhoudt.
12. Laat de stekker van de lader na gebruik niet in het stopcontact zitten.
Fout
Niet nodig
Probeer opnieuw aan te
sluiten en controleer of er
iets is wat de koppeling
van oplaadoppervlakken
verstoort. Verwijder eventueel
materiaal dat in de weg zit.
Controleer of de oplader
op het elektriciteitsnet is
aangesloten.
Het opladen wordt vervolgd
nadat er een normale
oplaadtemperatuur wordt
bereikt. Neem contact op met
de serviceprovider indien dit
aanhoudt.
73
Correctieve actie
Led
oplaadpod
938439PK1/1-0321