NL
terug in de houder.
Zorg er vóór het gebruik van gereedschap voor dat u bekend bent met de werkplaats en de omgeving.
Houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor het werkgebied waarin u werkt.
Houd het gereedschap altijd stevig met beide handen vast.
Tijdens het bedienen van het gereedschap kan de gebruiker worden blootgesteld aan gevaren zoals pletten, stoten,
hitte, trillingen, snijwonden, schaafwonden, enz. Draag geschikte handschoenen.
Elke persoon dat het gereedschap hanteert, moet de grootte, het gewicht en de kracht van het gereedschap
aankunnen.
Wees altijd voorbereid op normale/abnormale bewegingen/krachten die door het gereedschap worden gegenereerd.
Houd uw lichaam in balans, plaats uw voeten stevig op de grond.
Laat de hendel/trekker los als de luchttoevoer wordt onderbroken.
Wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt, kunt u ongemak ervaren in uw handen, armen, schouders, nek en
andere delen van uw lichaam.
Als u symptomen ervaart zoals aanhoudend of herhaald ongemak, pijn, kloppend gevoel, tintelingen,
gevoelloosheid, branderig gevoel of stijfheid: negeer deze waarschuwingssignalen niet. Stop met het gebruik van
het gereedschap, praat met uw werkgever en raadpleeg een gekwalificeerde gezondheidswerker.
6/10 MM
GEBRUIK VAN DE AUTOMATISCHE SLANGENHASPEL
Kies de juiste plaats om het gereedschap te installeren. Het gereedschap kan op het plafond, op de muur of op de
vloer worden geïnstalleerd.
Breng de twee stiftbouten aan op het oppervlak dat het gereedschap ondersteunt en zet ze vast met moeren en
sluitringen.
Sluit de inlaatslang (A) aan op de persluchtbron.
Om het gereedschap af te wikkelen, neemt u de slang (B) vast (niet de klep) en u trekt er voorzichtig aan. De
interne veer oefent een tegenovergestelde opwikkelkracht uit: laat de slang niet los zodat ze niet op een plotse en
gevaarlijke manier opwikkelt.
Om de slang op te wikkelen, wikkelt u ze eerst een beetje af en vervolgens begeleidt u de slang tijdens de beweging.
ONDERHOUD
Koppel de luchttoevoer los tijdens onderhoud aan het gereedschap.
Reinig en droog regelmatig het filter in het systeem en in de luchtinlaatopening van het pneumatische gereedschap.
Smeer alle snelkoppelingen op het systeem om vastlopen te voorkomen.
Tap dagelijks condenswater af uit het luchtfilter en uit de compressor.
Reinig het gereedschap na elk gebruik om roestvorming te voorkomen en slijtage tot een minimum te beperken.
Gebruik geen reinigingsmiddelen die het oppervlak van de slang kunnen beschadigen.
Controleer het gereedschap regelmatig op losse bouten/schroeven of onderdelen.
Alleen getrainde en gekwalificeerde technici mogen het gereedschap aanpassen of repareren.
Als het gereedschap is uitgerust met een geluiddemper, zorg er dan voor dat deze geluiddemper goed werkt. Als
de geluiddemper beschadigd is, moet deze worden vervangen.
Het gereedschap moet regelmatig worden onderhouden om lawaai en trillingen tot een minimum te beperken.
Onderhoud het gereedschap ten minste elk jaar.
BEOOGD GEBRUIK
De gebruiker of de werkgever van de gebruiker beoordeelt de impact op het gereedschap van elk gebruik.
Gebruik het gereedschap alleen voor het gebruik waarvoor het is ontworpen, zoals in deze handleiding wordt
uitgelegd.
92