Als u de accu wilt verwijderen, drukt u op de
u
vergrendelingsknop (15) en trekt u tegelijkertijd de accu uit
het contactgedeelte.
Een boorbit of schroefbit plaatsen of verwijderen
Dit gereedschap is uitgerust met een spanknop zonder sleutel,
zodat u bits gemakkelijk kunt verwisselen.
Vergrendel het gereedschap door de schuifknop voor
u
rechtsom/linksom (2) in de middelste stand te zetten.
Open de spanknop (4) door de knop met uw ene hand te
u
draaien terwijl u met de andere hand het gereedschap
vasthoudt.
Plaats de bitschacht in de spanknop.
u
Zet de spanknop (4) stevig vast door deze met uw ene
u
hand te draaien terwijl u het gereedschap met de andere
hand vasthoudt.
Gebruik
Waarschuwing! Laat het gereedschap op z'n eigen snelheid
werken. Overbelast het niet.
Waarschuwing! Controleer waar zich bedrading en leidingen
bevinden voordat u in muren, vloeren of plafonds boort.
De accu opladen (fig. A)
De accu moet vóór het eerste gebruik worden opgeladen en
ook zodra deze niet meer voldoende vermogen levert voor
taken die eerst gemakkelijk konden worden uitgevoerd.
Tijdens het opladen kan de accu warm worden. Dit is normaal
en duidt niet op een probleem.
Waarschuwing! Laad de batterij niet op bij een
omgevingstemperatuur van lager dan 10 °C of hoger dan 40
°C. De aanbevolen laadtemperatuur ligt op ongev. 24 °C.
Opmerking: De lader functioneert niet als de temperatuur
van de accu lager is dan ongeveer 0 °C of hoger dan 40
°C.
Laat de accu in dat geval in de lader zitten. De lader wordt
automatisch ingeschakeld wanneer de accu de juiste
temperatuur heeft.
Als u de accu (8) wilt opladen, schuift u de accu in de
u
lader (13). De accu past maar op één manier in de lader.
Oefen er geen kracht op uit. Controleer dat de accu goed
in de lader is geplaatst.
Steek de stekker van de lader in een stopcontact.
u
Het oplaadlampje (14) gaat groen branden en begint
(langzaam) te knipperen.
Wanneer het indicatielampje (14) continu groen brandt, is de
accu volledig opgeladen. U kunt de accu gewoon in de lader
laten zitten wanneer het oplaadlampje brandt. Het lampje gaat
groen knipperen (opladen), omdat de accu door de lader af en
toe wordt bijgeladen.
(Vertaling van de originele instructies)
Het indicatielampje (14) blijft branden zolang de accu zich op
de lader bevindt en de lader is aangesloten op het
stopcontact.
Laad lege accu's binnen 1 week op. Als u accu's leeg
u
bewaart, loopt de levensduur van de accu's aanzienlijk
terug.
De accu in de lader laten zitten
U kunt de accu voor onbeperkte tijd in de lader laten zitten
terwijl het LED-lampje brandt. De lader houdt de accu volledig
opgeladen.
Problemen met de accu
Als de lader waarneemt dat de accu bijna leeg is of
beschadigd is, gaat het indicatielampje van de lader (14) snel
rood knipperen. Ga in dat geval als volgt te werk:
Plaats de accu (8) opnieuw.
u
Controleer, als het oplaadlampje snel rood blijft knipperen,
u
met een andere accu of de lader wel goed werkt.
Als de andere accu goed wordt opgeladen, is de
u
oorspronkelijke accu defect. Breng de accu naar een
servicecentrum voor recycling.
Als het lampje ook bij de andere accu snel knippert, moet
u
u de lader laten testen bij een erkend servicecentrum.
Opmerking: Het kan soms 60 minuten duren om na te
gaan of de accu goed functioneert. Als de accu te warm of
te koud is, knippert het lampje afwisselend snel en
langzaam rood.
De draairichting selecteren (afb. C)
Gebruik voor boren en het vastdraaien van schroeven de
voorwaartse draairichting (rechtsom). Gebruik voor het
losdraaien van schroeven of het losmaken van een
vastgelopen boorbit de tegengestelde draairichting (linksom).
Als u vooruit draaien wilt selecteren, drukt u de schuifknop
u
voor rechtsom/linksom (2) naar links.
Als u achteruit draaien wilt selecteren, drukt u de
u
schuifknop voor rechtsom/linksom naar rechts.
U kunt het gereedschap vergrendelen door de schuifknop
u
voor rechtsom/linksom in de middelste stand te zetten.
De gebruiksmodus of torsie selecteren (fig. D)
Met de transmissie van de FMC607 kan de gebruiker
overschakelen tussen de boorstand en de
schroevendraaierstand zonder dat de instelling van de
koppeling hoeft te worden gewijzigd. De gebruiker kan
overschakelen naar de boorstand en een gat voorboren. Draai
vervolgens de stelring naar de stand voor het
schroevendraaien en werk met de ingestelde stand van de
koppeling. Grote schroeven en harde werkstukmaterialen
vereisen een hogere draaimoment-instelling dan kleine
schroeven en zachte werkstukmaterialen. De stelring heeft
verschillende standen voor verschillende toepassingen.
NEDERLANDS
35