Aanbouwset watersproeisysteem
(optie)
Die aanbouwset is in de fabriek gemon-
teerd en kan niet achteraf aangebouwd
worden.
De aanbouwset watersproeisysteem be-
staat uit een waterreservoir en de sproeiers
aan de zijbezem.
Indien bij het vegen veel stop opwaait,
kan het watersproeisysteem gebruikt
worden.
De inschakeling gebeurt met de scha-
kelaar Besproeiing zijbezem.
Droge bodem vegen
Ventilator inschakelen.
Bij oppervlaktereiniging de programma-
schakelaar op Vegen met veegrol zet-
ten.
Bij de reiniging van zijranden de pro-
grammaschakelaar op Vegen met vee-
grol en zijbezems zetten.
Vochtige of natte bodem vegen
Ventilator uitschakelen.
Bij oppervlaktereiniging de programma-
schakelaar op Vegen met veegrol zet-
ten.
Bij de reiniging van zijranden de pro-
grammaschakelaar op Vegen met vee-
grol en zijbezems zetten.
Veeggoedcontainer leegmaken
Gevaar
Gevaar voor verwonding! Tijdens het ledi-
gen mogen zich geen personen en beesten
in het zwenkbereik van het veeggoedreser-
voir ophouden.
Gevaar
Gevaar voor kneuzing! Nooit in het hef-
boomstelsel van het legingsmechanisme
grijpen. Niet onder de opgeheven container
gaan staan.
Gevaar
Gevaar voor kantelen! Het apparaat tijdens
het ledigen op een vlak oppervlak zetten.
Programmaschakelaar op Transport
zetten.
.
Veeggoedcontainer omhoog brengen.
76
Langzaam naar de verzamelbak rijden.
Parkeerrem vastzetten.
Reservoirklep openen: Schakelaar
links indrukken en veeggoedreservoir
leegmaken.
Reservoirklep sluiten: Schakelaar
rechts indrukken (ca. 2 seconden) tot hij
in de eindstand is vergrendeld.
Parkeerrem losmaken.
Langzaam van de verzamelbak wegrij-
den.
Veeggoedreservoir tot de eindstand
neerlaten.
Apparaat uitschakelen
Rempedaal induwen en ingedrukt hou-
den.
Parkeerrem vastzetten.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel
uittrekken.
Gastoevoer sluiten
Gas-aftapventiel sluiten door met de
wijzers van de klok mee te draaien.
Transport
GEVAAR
Gevaar voor letsels en beschadigingen!
Houd bij het transport rekening met het ge-
wicht van het apparaat.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel
uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Sluit de gastoevoer.
Apparaat aan de vastsjorpunten (4x)
met spankabels, koorden of kettingen
zekeren.
Apparaat aan de wielen met spieën
vastzetten.
Bij het transport in voertuigen moet het
apparaat conform de geldige richtlijnen
beveiligd worden tegen verschuiven en
kantelen.
8
-
NL
Opslag/stillegging
GEVAAR
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het
gewicht van het apparaat bij opbergen in
acht nemen.
Zet de veegmachine weg op een effen
oppervlak in een droge, vorstvrije om-
geving. Bescherm tegen stof met af-
dekmateriaal.
Keerrol en zijbezems ophalen om de
borstels niet te beschadigen.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel
uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Sluit de gastoevoer.
Veegmachine tegen wegrollen beveili-
gen.
Gasmotor
Opgelet
Machines moeten veilig worden uitge-
schakeld!
De machine moet regelmatig door een
gekwalificeerd persoon, vooral het re-
servoir met vloeibaar gas en de verbin-
dingen ervan, worden geïnspecteerd
volgens de regionale of nationale richt-
lijnen voor een veilig bedrijf.
Als de veegmachine gedurende lange tijd
niet gebruikt wordt, moet tevens het vol-
gende in acht genomen worden:
Motorolie verversen.
Gasslang met wartelmoer losdraaien
(sleutelwijdte 30 mm).
Gasfles met afschermkap afsluiten en
in een geschikte ruimte rechtop bewa-
ren (zie hoofdstuk „Veiligheidsinstruc-
ties").
Veegmachine aan de binnen- en bui-
tenkant reinigen.
Min-pool van de batterij afklemmen als
het apparaat langer dan 4 weken niet
gebruikt wordt.
Afbeelding symbolisch
Accu elke 2 maanden opladen.
Dek de batterij af en bescherm ze tegen
kortsluiting.