NL
het display en het ketonensymbool "Ket" verschijnt in de linker
onderhoek van het display. Indien er niets op het display ver-
schijnt, verwijder de teststrip dan, schuif hem opnieuw in de ope-
ning en wacht tot het druppelsymbool gaat knipperen.
2. Schakel de CTL-modus in (§2.1).
WAARSCHUWING
● Indien de CTL-modus niet ingeschakeld wordt vóór het uitvoe-
ren van de controlevloeistoftest, zal het resultaat als een
bloedketonentest worden opgeslagen.
● Schakel de CTL-modus altijd in voordat u een controlevloei-
stoftest uitvoert anders kunnen de resultaten buiten het ac-
ceptabele bereik vallen. Om de CTL-modus in te schakelen,
twee seconden lang gelijktijdig op de pijltoetsen (▲/▼)
drukken terwijl het druppelsymbool op het display knippert.
● Nadat de CTL-modus is ingeschakeld, verschijnt het CTL-sym-
bool samen met de melding "ctl" in grotere letters op het
hoofdscherm.
3. Schud het controlevloeistofflesje zachtjes voor het testen. Laat
voor gebruik een eerste druppel wegvloeien. Knijp een druppel
controlevloeistof op een schone, harde en droge ondergrond.
4. Raak de druppel controlevloeistof met het uiteinde van de
teststrip aan tot het testveld vol is. Er klinkt een pieptoon (indien
ingeschakeld) en een teller op het display begint af te tellen.
AANWIJZINGEN
● De test start niet als u de controlevloeistof direct op het testveld
aanbrengt. De test start wanneer de meter de controlevloeistof
detecteert. Tijdens de test telt de meter af van 8 tot 1.
● Sluit het controlevloeistofflesje goed af. Doe de dop na gebruik
meteen weer op het flesje.
● Raak de teststrip niet aan nadat de meter met aftellen is be-
gonnen.
5. Controleer of uw testresultaat binnen het acceptabele bereik
ligt dat op het foliezakje van de GlucoMen
teststrip is aangegeven. Als het resultaat buiten het bereik valt,
20
areo β-Ketone Sensor
®