Parameters PARAMETERS KEUZE VAN DE
PROCESPARAMETERS.
• Booglengtecorrectie.
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Stel de waarde in door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op de knop 2 of op de toets
te drukken.
Met een druk op de toets DEF worden de fabrieksin-
stellingen van de parameters hersteld.
• Smoorsp. correctie
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Stel de waarde in door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op de knop 2 of op de toets
te drukken.
Met een druk op de toets DEF worden de fabrieksin-
stellingen van de parameters hersteld.
• Start modus.
U kunt een keuze maken uit Modo 2T, Modo 4T en
Modo 3L.
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Stel de modus in door aan de knop 2 te draaien. Be-
vestig uw keuze door op de knop 2 of op de toets te
drukken.
.
124
• Spotlassen.
U kunt een keuze maken uit Spotlastijd en intermit-
tentie.
Deze functie wordt geïnhibiteerd als de 3L-functie ge-
activeerd is.
Door voor Spotlastijd ON te kiezen, wordt op het dis-
play de functie Spottijd weergegeven. Selecteer de
functie en gebruik de schuifbalk om de waarde in te
stellen.
Naast de Spottijd wordt op het display teven de Pau-
zetijd weergegeven. Selecteer deze functie en gebruik
de schuifbalk om de pauzetijd tussen twee laspunten
of -delen in te stellen.
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Stel de waarde in door aan de knop 2 te draaien. Be-
vestig uw keuze door op de knop 2 of op de toets
te drukken.
Met een druk op de toets DEF worden de fabrieksin-
stellingen van de parameters hersteld.
• HSA, (Automatische hot start).
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Door voor HSA ON te kiezen, worden op het display de
Startstroom, de Stroomtijd en de Aflooptijd weer-
gegeven. Raadpleeg het hoofdstuk Start Mode voor
het instellen van deze parameters.
Met een druk op de toets DEF worden de fabrieksin-
stellingen van de parameters hersteld.
• KRA, (Eindkrater vullen).
Selecteer de parameter door aan de knop 2 te draaien.
Bevestig uw keuze door op dezelfde knop te drukken.
Door voor KRA ON te kiezen, worden op het display de
Aflooptijd, de Kratervulling en de Tijd kratervulling
weergegeven. Raadpleeg het hoofdstuk Start Mode
voor het instellen van deze parameters.